Dag 2: Camino Portugués: Vila Chã – Fão: dagverslag

Etappe 2: Van Vila Chã naar Fão: 31,9 km – 107 HM+

Vandaag begint de dag met een waardevolle tip van onze gastheer: “750 meter hogerop is een gezellige eetgelegenheid voor ontbijt, anders moeten jullie wachten tot Vila do Conde, dat is 7 kilometer verder.” De 7 kilometer naar Vila do Conde is wel op de route, maar we zien het niet zitten om zo ver zonder ontbijt te lopen. De 750 meter omhoog is iets extra’s, niet op de route, maar het biedt ons de kans om eerder te ontbijten. En gelukkig maar! In een knusse bakkerij, Vila Doce, worden we hartelijk verwelkomd. Een vers broodje met kaas en een heerlijke kop koffie geven ons precies de energie die we nodig hebben om de dag te beginnen.

Een beetje verderop in Vila Chã…een kleine bakkerij ‘Vila Doce’ voor ons ontbijt.

INHOUD

Houten vlonters, zilte lucht en ieder zijn Camino-menu

We wandelen een hele tijd verder over houten vlonders, met de zilte lucht van de oceaan in onze neus, richting Vila do Conde, de grootste stad sinds ons vertrek uit Porto.

Ook vandaag wandelen we grotendeels over de vlonders langs de kust

Bij het oversteken van de brug over de Rio Ave is het behoorlijk druk, maar het uitzicht rechts maakt veel goed: de rivier stroomt rustig richting zee en aan de overkant zien we het klooster van Santa Clara boven de oever uittorenen. Een prachtig plaatje, ondanks de drukte. Aan de overzijde gaan we onder de brug door, klimmen korte trapjes op en steken een pleintje over. Plots staan we midden in het oude stadscentrum. Onze eerste halte: een ATM… cash blijkt hier onderweg vaak onmisbaar. Daarna stappen we een kleine Mercado binnen, op zoek naar iets voor de lunch. We vullen onze rugzak met een paar eenvoudige dingen en zoeken een rustig plekje in het park. Mijn maag speelt nog wat op, dus ik houd het bij een banaan en yoghurt. Bart daarentegen geniet van sardientjes met brood – ieder zijn eigen Camino-menu!

Santa Clara Monestery

Igreja matriz de São João Baptista: tussen Pelgrim en afscheid. 

Voor we onze weg verderzetten, willen we nog even binnengaan in de Igreja Matriz om onze stempel te halen. Aan de ingang merken we dat er straks een begrafenis plaatsvindt – familieleden en vrienden van de overledene zijn al aanwezig, in stilte bijeen. De begrafenisondernemer bij de deur ziet ons aarzelen en geeft met een vriendelijk gebaar aan dat we gerust even binnen mogen. Toch voelt het wat ongemakkelijk, alsof we storen. Omdat hij blijft gebaren dat het in orde is, stappen we zachtjes naar binnen. We houden ons op de achtergrond en plaatsen in alle stilte onze stempel aan de zijkant van de kerk in onze credential. Daarna verlaten we discreet het gebouw, dankbaar dat we heel even welkom waren op zo’n ingetogen moment. 

Op weg naar Igreja Matriz in Vila do Conde

We volgen de pijlen doorheen de stad totdat we terug op de kustweg komen ter hoogte van Póvoa de Varzim. We blijven de kustweg langs het zandstrand volgen over troitoirs en vlonderpaden. Zalig die uitgestrekte stranden. Hierna gaat het terug landinwaarts, deels over geplaveide wegen en deels over bospaden. 

Dit huisje viel meteen op…het lijkt wel uit een smurfenverhaal te komen.
De geur van eucalyptus en dennen vult de lucht – heerlijk.

Igreja Paroquial de Apúlia: Een stille halte in Apúlia

Onderweg op de Costal Camino zijn het niet alleen de kilometers die indruk maken, maar ook de stille plekken waar je even mag vertragen. Apúlia is zo’n halte. Een klein dorp met een kerk die je niet zomaar voorbijloopt – niet alleen om er een stempel te halen, maar ook omdat het een plaats is die rust uitstraalt, zowel vanbuiten als vanbinnen. We halen er onze tweede stempel van de dag. Wat meteen opvalt, is hoe goed onderhouden deze kleinere kerken langs de Coastal Route zijn. De witte muren blinken in de zon en ook binnen is alles tot in de puntjes verzorgd. Het voelt alsof de tijd hier even stilstaat.

Op de foto is het niet zo goed te zien, maar alleen in de linker klokkentoren hangt een klok.

Deze kerk gaat terug tot de 12e eeuw, toen er volgens de overlevering een romaanse kerk stond in Agra dos Mouros. Rond 1600 werd de kerk verplaatst naar de huidige locatie. Het gebouw dat we vandaag zien, werd in 2000 voltooid naar een ontwerp van architect Luís Cunha. De stijl is neoclassicistisch, met een sobere maar elegante voorgevel en twee klokkentorens – al hangt er slechts in één een klok.

Binnen heerst een serene rust. Enkele elementen van de oorspronkelijke kerk zijn behouden gebleven, zoals de hoofdkapel, het granieten metselwerk en fijn houtsnijwerk. Het hoogaltaar met drieluik, de glas-in-loodramen en de betegelde bijbelse scènes geven het geheel een warme, bijna intieme sfeer. De ruime opbouw van het schip zorgt tegelijk voor een zekere grootsheid, zonder dat het overweldigend aanvoelt.

Soms is het niet de grootse kathedraal die bijblijft, maar net dat kleine witte kerkje langs de weg. Misschien door het licht dat door de glas-in-loodramen valt, de stilte binnen of de zorg waarmee het onderhouden wordt.

Albergue Villa dos Corcéis: warm welkom in Fão

Na deze korte stop gaan we weer verder…nog ongeveer een 2,5 km vooraleer we in Fão arriveren. Het wordt stilaan tijd. Onze wandelbenen beginnen er steeds meer in te komen, maar ik voel toch dat we misschien een beetje overmoedig zijn geweest. Gelukkig worden we bij Albergue Villa dos Corcéis hartelijk verwelkomd, niet alleen door de gastheer, maar ook door Suki, een Duitse Herder die meteen dikke vrienden wordt met Bart. O ja, de kamer kostte ons samen maar 50 euro. Zo’n prijs zijn we de rest van de tocht nergens meer tegengekomen.

Suki…een schat van een Duitse Herdershond.
Onze ruime kamer in de Albergue met achteraan de badkamer.

Na de douche zet ik me even met mijn voeten in het zwembad om lekker af te koelen. Al snel raak ik aan de praat met een Nederlandse dame die de Camino in haar eentje loopt. Ze heeft vroeger een albergue in Frankrijk beheerd, wat me een interessant inkijkje geeft in het leven aan de andere kant van de Camino en het Albergue-bestaan.

Albergues villa Dos corcéis: een aanrader om te overnachten.

Dorst, zout en artisinale spareribs

Als Bart klaar is, staan we voor de laatste uitdaging: een plek vinden om te eten. De gedachte om weer op pad te moeten, is ineens veel minder aantrekkelijk dan gewoon hier blijven en onze voeten wat rust te geven. Maar toch besluiten we de tip op te volgen en naar het lokale restaurant A Lareira te gaan, beroemd om zijn spareribs. Het recept voor deze spareribs bestaat al 40 jaar en staat in de regio bekend om zijn unieke bereidingswijze.

Voordat we daarheen gaan, maken we nog een stop bij het dorpswinkeltje. We hebben vooral één ding nodig: water—heel veel water—want de dorst is groot (we hebben onderweg iets te weinig gedronken, oeps!). Daarnaast merken we dat we dringend zout nodig hebben. De tocht in de zon heeft ons flink laten zweten en de zouten zijn weggevloeid. Helaas is het enige wat we daar kunnen vinden chips… en die laten we toch maar liggen.

We zetten onze weg voort richting het restaurant, maar iedere stap voelt zwaar. Wankelend en strompelend banjeren we over de kasseien. Onze benen protesteren, onze voeten schreeuwen: “genoeg is genoeg!” Maar we zetten door, met het restaurant als enige motivatie.

Na zes minuten – die voelen als een eeuwigheid – bereiken we gelukkig A Lareira. De spareribs, een frisse ensalada mixta en frietjes doen wonderen—onze zoutvoorraad is weer helemaal op peil.

Opstaan na het eten is een uitdaging op zich, maar eenmaal terug in de albergue voelt het als een opluchting: benen omhoog, ogen dicht en de wetenschap dat we het weer gehaald hebben. Een lange, maar mooie etappe zit erop.

About the author

Tips, vragen of leuke inzichten? Deel gerust, ik lees ze graag!