Dag 9: Camino Portugués: Arcade – Pontevedra: dagverslag

Etappe 9: Van Arcade naar Pontevedra: 16 km – 238 HM+

Vandaag staat er een korte etappe van 16 km op het programma, dus we nemen het rustig aan deze ochtend. Beneden bij de receptie zien we de vele reiskoffers al keurig opgesteld, klaar om naar de volgende bestemming vervoerd te worden. Ook een manier van reizen, denk ik, maar voorlopig ben ik daar nog niet aan toe. Zeker hier op de camino draag ik mijn volledige bepakking liever zelf. Het voelt voor mij gewoon authentieker. Ooit, in andere omstandigheden, stap ik daar misschien wel van af, maar nu nog niet.

INHOUD

In de ontbijtzaal schuiven we aan bij het buffet. Onze Belgische wandelgenoten zijn al klaar en laten weten dat ze binnen een kwartier vertrekken, op weg naar hun volgende halte. Wij genieten nog even in alle rust van ons ontbijt, geen haast, geen druk.

Druppels, Poncho’s en Pelgrimsgeest

Wanneer we het hotel buitenstappen, voelen we meteen de eerste regendruppels op ons gezicht. De buienradar voorspelt niet veel goeds vandaag: regendruppels, de hele dag lang. Bart zijn regenjas had gisteren al laten merken dat hij allang niet meer zo waterdicht is als hij ooit geweest is. Een extra was- en impregneerbeurt thuis met Wash + Repel van Grangers was geen overbodige luxe geweest, maar helaas… te laat. 

De hele dag soppen in kletsnatte kleren is echt geen optie. Dus nog voor Arcade achter ons ligt, gaan we snelnog een ‘winkeltje-voor-alles’ binnen. Poncho’s? Ja hoor, er ligt nog net eentje achteraan in de rekken. Aan de kleine kant, zeker voor Bart, maar liever halfdroog dan de hele dag doorweekt.

In dit knusse camino-winkeltje kregen we een stempel die een hele pagina vulde!
De Reuzen-stempel en het steentje dat ik later die dag kreeg in de Capela da Virxe Peregrina.

Gelukkig doet mijn eigen regenjas wél wat hij moet doen en ben ik achteraf gezien dolblij dat de regenbroek toch nog mee in de rugzak is beland. Er was thuis nog wat twijfel, maar met een weerbericht dat de komende dagen steevast hetzelfde wolkje met dikke druppels toont — en daaronder 80 à 95% kans op regen — gaat die broek nog goed van pas komen. 

Onderweg kruisen we steeds meer pelgrims — allemaal in hetzelfde schuitje: regenponcho aan, kap op, rugzak verstopt onder de flapperende hoes, maar de sfeer blijft goed. Een vriendelijk knikje, een ‘buen camino’ en iedereen ploetert dapper verder, al dan niet met natte voeten. Het mooie is: niemand laat zich tegenhouden door een beetje hemelwater. Integendeel, het zorgt precies voor een soort stille verbondenheid.

Pelgrimsmomenten en modderige paadjes. 

Even later blijven we staan bij een eenvoudig kraampje vol kleine camino-herinneringen. Schelpjes, stempels, eenvoudige souvenirs — dingen die niet veel kosten, maar toch iets betekenen. Op dat moment zie ik onze Nederlandse dame weer. Bijzonder toch, hoe je iemand dagen niet ziet en plots weer samen op hetzelfde pad loopt. We stappen een tijdje zij aan zij, tot zij besluit om een pauze te nemen voor de lunch. Daarna raak ik in gesprek met een jonge vrouw uit Mexico. Ze spreekt perfect Engels en vertelt dat ze in Barcelona aan de universiteit gestudeerd heeft en sindsdien in Spanje gebleven is. Haar broer woont hier ook, maar verder heeft ze geen familie in Spanje. Haar ouders en de rest van de familie wonen nog in Mexico. Alleen tijdens de kerstperiode en de zomervakantie ziet ze haar moeder terug. Haar vader, die bang is om te vliegen, komt af en toe mee.

Ondertussen werkt ze hier in HR en volgt ze nog bijkomende opleidingen. Ze vertelt dat ze het jammer vindt dat ze haar familie zo weinig kan zien, maar in haar dorp in Mexico is het door de drugskartels niet veilig genoeg om er terug te wonen. Daarom heeft ze ervoor gekozen om in Spanje te blijven.

Ze legt uit dat ze deze keer via de Camino Espiritual naar Santiago wandelt, omdat ze de Camino Portugués al eerder gelopen heeft, maar dan via de binnenroute, de Camino Central. Ook wij hadden eerst het plan om de Espiritual te nemen, maar door onze beperkte tijd vreesden we dat we dan niet tot in Santiago zouden geraken. Daarom hebben we die optie laten liggen. Jammer, want daardoor missen we ook de overnachting in de indrukwekkende abdij van San Xoán de Poio. Daar had ik stiekem wel naar uitgekeken. Maria legt uit dat het nu toch niet mogelijk is om daar te overnachten, omdat de monniken zich tijdens de Semana Santa in retraite terugtrekken en dan geen pelgrims ontvangen voor 1 nacht. Tenminste, dat heb ik zo uit haar verhaal begrepen.

Bij de splitsing richting de Camino Complementario blijven we even staan. Gaan we gewoon rechtdoor of kiezen we voor de alternatieve route? Volgens de reviews zou deze Complementario, met kleine voetpadjes en kronkelende beekjes, een stuk mooier zijn. Lang hoeven we dus niet te twijfelen. We slaan linksaf en volgen het idyllische pad.

Wat we niet meteen ingecalculeerd hebben, is dat al die charmante paadjes door de regen intussen veranderd zijn in modderige stroken. Maar goed, ook dat hoort erbij. Onder het bladerdak ploeteren we vrolijk verder door de modder — het geeft de tocht net dat tikkeltje extra avontuur.

In Pontevedra nemen we afscheid van Maria. Iedereen vervolgt zijn eigen weg, op zoek naar een bed voor de nacht. Ons hotel ligt wat buiten het centrum, dus we steken de Puente de Santiago over die ons over de Rio Lérez brengt. Ondanks dat we vrij vroeg aankomen, kunnen we gelukkig meteen inchecken. Het hotel? Ooit misschien een charmant adresje, nu wat vergane glorie, maar het is schoon en droog — meer hebben we vandaag niet nodig.

één van de vele muurschilderingen die we vandaag tegenkwamen.

De Schelp van Pontevedra: Kleine Symbolen, Grote Betekenis.

Na een verfrissende douche trekken we Pontevedra in en brengen eerst een bezoek aan de Capela da Virxe Peregrina. Deze achttiende-eeuwse kapel is het symbool van de stad en gewijd aan de Heilige Maagd Maria, beschermheilige van de pelgrims op weg naar Santiago. Bijzonder is de plattegrond: de kapel is gebouwd in de vorm van een schelp, hét teken dat we stap voor stap dichter bij ons doel komen.

Aan de ingang zit een dame bij een eenvoudige tafel met de stempel. Ik doneer twee euro voor haar hartelijkheid en voor de kerk, en krijg in ruil een klein steentje met het kruis van Santiago erop geschilderd — een tastbaar aandenken voor in mijn rugzak, een klein symbool van deze tocht.

Voor de kapel dwarrelen kinderen tussen de zeepbellen van een straatartieste. Wij genieten op een bankje van een croissant, royaal in chocolade gedoopt, en laten de drukte even aan ons voorbijgaan. Daarna dwalen we nog wat door de oude straatjes, vinden een knus tapas restaurantje en keren voldaan terug naar ons hotel.

In bed denk ik nog even aan het steentje in mijn tas. Zo klein, maar het herinnert me eraan waarom we hier stappen: soms is het niet het grote eindpunt dat telt, maar de kleine gebaren en ontmoetingen onderweg. Moe maar tevreden kruipen we onder de lakens, klaar voor wat morgen ons weer zal brengen.

About the author

Tips, vragen of leuke inzichten? Deel gerust, ik lees ze graag!