Etappe 3: van Fão naar Viana do Castelo: 31,4 km – 331 HM+
Na een overheerlijk ontbijt – dat in een grote mand op het terras van Villa Dos Corséis werd geserveerd – trekken we opnieuw onze wandelschoenen aan. Dit charmante homemade mini-hotel heeft ons alvast goed verwend en met volle energie beginnen we aan een nieuwe etappe van de Camino.

INHOUD
Langs Duinen en Oceaan: de Kasseien ruilen voor Zand en Zeewind
We volgen de officiële Camino da Costa tot net buiten Esposende, maar dan stelt Bart voor om langs de kust verder te gaan. Een gouden zet, zo blijkt! We wandelen langs de oceaan, trotseren zanderige duinen en duiken zelfs even het bos in, waar de geur van dennen- en eucalyptusbomen ons omringt. Wat een cadeau van de natuur! Slechts een handvol wandelaars kiest voor dit traject. Waar we de voorbije dagen regelmatig andere pelgrims tegenkwamen, zien we vandaag slechts één koppel – en die slaan na een tijdje een andere weg in. Daarna zijn we alleen. Het voelt alsof we de enigen zijn die deze onofficiële route genomen hebben.



De Neiva-rivier: terug op de Camino
Ter hoogte van de Neiva-rivier – de Rio Neiva in het Portugees – pikken we de Camino weer op. We wandelen een stukje langs de rivier, die zich vredig door het landschap slingert. Dan bereiken we de oversteek: een eenvoudige granieten brug zonder leuning, maar met brede platen die stevig genoeg liggen om vlot over te stappen. Toch is enige voorzichtigheid geboden. Bij regenweer kan het glad worden, en bij hoge waterstand overspoelt de rivier de brug, waardoor die tijdelijk onbegaanbaar wordt. In dat geval voorziet men een omleiding.

Vandaag blijft het droog, maar we moeten wel even wachten voor we kunnen oversteken…een kleine opstopping op deze rustige etappe. Nieuwe gezichten duiken op bij de brug, die duidelijk een geliefde plek is voor een persoonlijk fotomoment.

Langs de brug, parallel met het wandelpad, ligt een verlaagd stuk in de rivier. Het water stroomt er in brede banen over de rand naar een lager niveau – een soort natuurlijke watertrap die zachtjes kabbelt en het geheel een schilderachtig accent geeft.

Op het eerste gezicht lijkt dit een onopvallend moment op de route, maar wie iets verder kijkt, weet dat we hier vlak bij Castelo do Neiva passeren – een dorpje waar in de 9e eeuw al een kerk aan Santiago werd gewijd. Een van de oudste verwijzingen naar zijn cultus in Portugal. Het besef dat hier al eeuwenlang pelgrims voorbijtrekken, geeft extra betekenis aan deze stille oversteek.

Energie onder nul: tijd om de batterij op te laden.
Inmiddels hebben we zo’n zestien kilometer in de benen – en dat begin ik te voelen. Onderweg was er geen enkele eetgelegenheid te bekennen en de appel die ik eerder at, is allang verteerd. Mijn suikerspiegel daalt en mijn energiepeil keldert met de minuut. En dan, net na de brug, als een geschenk uit de hemel: een bordje met “Restaurante 250m”. Nog even doorzetten!
Dat ‘even’ blijkt een pittige klim omhoog, en wanneer ik boven aankom, voel ik het laatste restje energie uit mijn lichaam wegstromen. Ik bestel een cola, soep en brood – maar op dit moment kan ik alleen de cola binnenkrijgen. Eerst die suikers laten werken… Langzaam voel ik mezelf weer opknappen en zodra de soep en een mixta salade er ook ingaan, ben ik weer de oude. Tijd om verder te gaan!

Igreja de Santiago: langs de kerk, voorbij de trappen
Wanneer we de Igreja de Santiago naderen, trekt iets anders meteen onze aandacht. Recht tegenover de kerk rijzen hoge stenen trappen de heuvel op, strak en steil, als een uitnodiging tot bezinning. Ze doen denken aan een kruisweg, maar hoe ik ook zoek, ik vind er online weinig concrete informatie over. Misschien dat ik er later wat informatie over terug vind.

We twijfelen even, maar besluiten de trappen aan ons voorbij te laten gaan – we hebben vandaag al flink geklommen en er wachten nog wat hellingen op ons. In onze focus op het vervolg van de route vergeten we helaas ook om een stempel te vragen in de kerk. Gelukkig hebben we er al een paar verzameld vandaag, maar achteraf lezen we in de gids dat de Igreja de Santiago zeker een ommetje waard is. De kerk is één van de oudste St. Jacobskerken op het Iberisch Schiereiland, en een stille getuige van de vele pelgrims die hier al voorbijtrokken.

Van Rotsige paden naar de iconische Puente Eiffel
We vervolgen onze weg en slaan links af, over een rustige parkeerplaats, om vervolgens meteen rechts een bospad in te duiken. De route slingert tussen hoge eucalyptusbomen door – hun geur hangt zacht in de lucht – en leidt ons naar een ruiger stuk: een rotsachtig pad langs een oude natuurstenen muur. Even krijgen onze voeten een pauze op een stuk geplaveid pad, maar dat is van korte duur.



Al snel duiken we opnieuw het bos in, waar het terrein onregelmatiger wordt. Het pad gaat op en neer, bezaaid met stenen en rotsen – gedaan met het vlakke wandelen. Gelukkig zit mijn energie goed. Mijn suikerpeil is in balans, dus ik stap stevig door. Misschien zelfs iets té stevig, want Bart vraagt me om wat gas terug te nemen op de hellingen. Zelfs het dalen over de grote keien verloopt verrassend vlot. Wanneer we even later in een groep pelgrims terechtkomen, glippen we er zonder moeite langs. Nu maar hopen dat we dit tempo niet morgen moeten bekopen met stramme benen!

Nog één laatste stevige klim langs de weg ter hoogte van Anha, gevolgd door een afdaling richting Viana do Castelo. Dan wacht daar de iconische Puente Eiffel, een indrukwekkende stalen brug over de Rio Lima, ontworpen door Gustave Eiffel zelf. Met zijn 600 meter lengte steekt deze brug niet alleen de rivier over, maar is hij ook een symbool van industriële architectuur uit de 19de eeuw. Het uitzicht vanaf de brug is adembenemend, vooral wanneer je de rivier en de stad beneden ziet liggen.

En dan… nog maar 750 meter tot aan de albergue. Dat lijkt misschien peanuts na meer dan 30 kilometer, maar geloof me: die laatste meters voelen eindeloos! Zo blij als we door het stadje gaan en we bijna aan de Albergue ‘Enjoy Viana’ arriveren.


Van Slippers tot Stadslawaai: Het Leven na de Etappe
Na een verfrissende douche en een korte rustpauze slepen we onszelf weer uit bed. De benen protesteren, maar we hebben een missie: water, aftersun en dunne sportsokken scoren in het winkelcentrum.
Als avondeten duiken we in een bord dampende pasta. Ik ga voor pasta negro met scampi’s, kerstomaatjes en spinazie in een romige tomatensaus. Bart kiest voor spirelli met zalm in tomatensaus. Simpel, maar heerlijk na een lange wandeldag.

Daarna verkennen we nog even de stad en eindigen op een terrasje met een laatste kop koffie. De pelgrims eruit pikken is niet moeilijk—diegenen met slippers aan? Jep, dat zijn ze. Vermoeide voeten verdienen lucht.Terug op de kamer ben ik ervan overtuigd dat ik meteen in slaap zal vallen. Maar nee… Het raam moet open, want de kamer is te warm, de matras is aan de harde kant en buiten is het één groot feest. Tot in de vroege uurtjes wordt er geroepen, gezongen en gefloten. Slapen? Ik vrees het niet!!
