Dag 10: Camino Portugués: Pontevedra – Caldas de Reis: dagverslag

Etappe 10: van Pontevedra naar Caldas de Reis: 25,8 km – 340 HM+

We besluiten het hotelontbijt links te laten liggen. De mogelijkheid is er wel, maar het lege restaurant verraadt dat wij niet de enigen zijn die liever elders de dag beginnen. We wandelen terug naar het dorpscentrum en nestelen ons in een van de gezellige eettentjes voor een eenvoudig maar hartverwarmend ontbijt.

INHOUD

Galicië in April: wandelen in een aquarel van regen.

Daarna hijsen we ons opnieuw in regenjas en poncho en verlaten Pontevedra via de Ponte do Burgo, die zich sierlijk over de Rio Lérez spant. Voor ons kronkelt de pelgrimsstoet, vandaag een bonte sliert van poncho’s en paraplu’s. Langs de hellingen klatert een geïmproviseerd regenbeekje met ons mee. Willen we even schuilen, dan druipt het water vrolijk langs de daken op onze rug.

Gezellig is anders — maar ach, het hoort erbij in Galicië, zeker in april, de natste maand van allemaal. In België kan het ook stevig tekeergaan, maar ons thuisfront stuurt berichten door dat ze buiten kunnen barbecueën en rond de vuurpot zitten… Zalig en gelukkig maar, want na al die stortbuien van het voorbije jaar was onze paardenwei veranderd in een modderbad en liep de stal van d’ Ulysse keer op keer onder water. De afvoer kon het niet meer aan en ik sjouwde meer dan eens, soms midden in de nacht, met zandzakjes om erger te voorkomen.

Daar hoef ik hier nu even niet aan te denken. We stappen verder, onze blikken op de grond gericht om de regen uit ons gezicht te houden. Ik zou willen zeggen dat dit weer ook zijn charme heeft — maar eerlijk? Vandaag kan ik dat niet helemaal met overtuiging beweren…

A Pousada do Peregrino: Een herberg vol regenjassen en verhalen.

Zelfs wanneer we, na alweer een flink stuk stappen, bij een pelgrimscafé met de toepasselijke naam ‘A Pousada do Peregrino’ aankomen — letterlijk de herberg van de pelgrim — heb ik in eerste instantie weinig zin om er binnen te stappen. Het lijkt wel of werkelijk elke wandelaar hier een tussenstop maakt: het café barst uit zijn voegen van natte, vermoeide pelgrims in doorweekte regenjassen. De vloer is spiegelglad en glanst van de nattigheid, terwijl overal poncho’s en rugzakken traag uitlopen.

Toch wurm ik me behoedzaam door de klamme menigte, op zoek naar het toilet. Uiteraard staat er een rij, maar ik sluit braaf achteraan aan — onderweg zijn sanitaire stops schaars, dus wat doe je eraan? Terwijl ik geduldig wacht, gaat Bart alvast twee drankjes halen. Hij manoeuvreert zich handig langs de natte rugzakken en dampende regenhoezen, op zoek naar een plekje aan de toog.

Met hernieuwde moed werken we ons daarna opnieuw door de drukte, want we willen hier ook onze tweede stempel van de dag halen. De eerste kregen we onderweg al in de kleine kapel en albergue ‘Casa de la Misericordia’ — het Huis van Barmhartigheid. Een bijzondere plek: pelgrims worden er nog steeds hartelijk onthaald door vrijwilligers die zorgen voor een moment van rust, een kaarsje, een stil gebed en natuurlijk de felbegeerde stempel als herinnering aan hun doortocht.

De haan installeerde zich alvast op een droog plekje in Casa de la Misericordia.

Nu, met ons tweede stempel veilig in het pelgrimspaspoort, trekken we de regenjassen weer recht en stappen we verder, opnieuw de druilerige wereld in. Op naar de volgende halte.

We laten de drukte van A Pousada do Peregrino achter ons en stappen opnieuw de regen in, met de tweede stempel veilig in ons pelgrimspaspoort. Gelukkig brengt de Camino ons na die kille, modderige paden nu een welkome verrassing: het vertrouwde decor van eucalyptusbossen maakt plaats voor een open landschap vol wijngaarden.

Zelfs de regen krijgt ons niet klein.

Tussen wijnranken en hórreos.

We wandelen dwars door Portas, een rustig dorpje in het hart van de Val do Salnés, de streek die beroemd is om zijn Albariño-wijnen. Langs de smalle landweggetjes, aangeduid als Calle Barosa, slingert het pad onder een rasterwerk van pergola’s en verweerde stenen palen die de jonge wijnranken dragen. Van druiventrossen is er in april natuurlijk nog geen spoor, maar de frisgroene scheuten kondigen het nieuwe seizoen al voorzichtig aan. Tussen de ranken liggen kleine moestuintjes, oude schuurtjes en een weide met schapen. 

We genieten in stilte van dit open, rustige stukje Galicië, waar de wijngaarden als een zacht intermezzo door het grijze weer slingeren. 

De wijngaarden verdwijnen langzaam achter ons en maken plaats voor kronkelende weggetjes die ons langs de typisch Galicische hórreos leiden — de oude graanschuren die op stenen pilaren rusten, hoog boven de grond, als stille wachters van het platteland. Sommige zijn prachtig onderhouden, andere staan scheef en bemost, maar allemaal horen ze hier even vanzelfsprekend bij het landschap als de regen en de wijnranken.

Na de laatste natte kilometers over glibberige paden en kiezels bereiken we eindelijk Caldas de Reis. We pauzeren even en bespreken onze opties. Het motel is nog een stukje verder, maar het idee om hier alvast te stoppen voor een warm diner klinkt te verleidelijk om te laten liggen. De gedachte aan een goed bord eten doet ons allebei de regen van de dag even vergeten.

We besluiten het erop te wagen en zoeken een restaurantje, waar we onze doorweekte kleren kunnen laten drogen en ons kunnen opladen voor de laatste etappe. 

Lavadero Thermal: balsem voor pelgrimsvoeten.

In Caldas de Reis vind je ook twee kuurhotels die al eeuwenlang bezoekers aantrekken vanwege hun warmwaterbronnen. Jammer genoeg waren deze al volledig volgeboekt toen wij arriveerden, maar dat weerhield ons er niet van om toch van het heilzame water te profiteren — al was het maar om onze vermoeide voeten te ontspannen.

De Spaanse naam ‘Caldas’ verwijst dan ook naar deze warmwaterbronnen, die de stad haar faam en naam gaven.

Na het avondeten stappen we verder en vanuit de rivier zien we stoom zachtjes opstijgen uit het water. Nieuwsgierig volgen we het spoor naar zo’n bron, in de hoop onze voeten wat verlichting te geven. Gelukkig hoeven we niet ver te zoeken: om de hoek ligt een klein bronnetje, waar we ons voegen bij een vrolijke groep medepelgrims met hetzelfde plan. 

Terwijl onze voeten weken in het warme water van de lavadero thermal, nemen we het levendige geroezemoes in allerlei talen in ons op. Het zachte geklater van het water vormt de perfecte achtergrond voor dit moment van rust. 

Pelgrimspuzzel: flexibele slaapplaatsen in volle seizoen.

Vandaag draait alles om één simpele missie: een fatsoenlijke slaapplek vinden. Sinds Vigo is ons relaxte “we zien wel waar we slapen”-ritme definitief verleden tijd. Waar we voorheen de avond ervoor nog rustig iets boekten — zoals we dat zo graag doen tijdens onze voetreizen — is dat hier gewoon niet meer haalbaar.

Pelgrims stromen nu massaal toe, en dat merk je vooral aan… de bedden. In Pontevedra hebben we met wat geluk nog een kamer kunnen bemachtigen — geen pareltje, maar wel comfortabel genoeg om te douchen en uit te rusten. 

Voor Caldas de Reis hadden we wijselijk al in Vigo een kamer geboekt, om niet weer mis te grijpen. Maar eenmaal daar weten we meteen: dit is niks voor ons.

Een lange, verlaten asfaltweg leidt ons naar een reeks kamers, elk met een privégarage en het wordt al snel duidelijk dat dit een Rendez-vous motel is, waar je niet per se de hele nacht hoeft te blijven. De kamer zelf is sober en muf: de geur van sigaren is halfslachtig weggewerkt met een goedkope bloemenspray, genoeg om er spontaan misselijk van te worden. Volgens de info zou het motel recent gerenoveerd zijn, maar deze kamer is daar duidelijk van gespaard gebleven.

De motel-host ratelt een standaard praatje af en laat ons achter met onze rugzakken en een flinke teleurstelling. Wat nu? Hier willen we écht geen seconde langer blijven. Bart duikt meteen in zijn telefoon en begint te zoeken en te bellen.

Er is een mogelijkheid: een kamer, maar die ligt tien kilometer verder en ook nog eens buiten onze route. Niet handig. Streep erdoor. Een half uur later — we hebben nog steeds niets uitgepakt — krijgt Bart een melding via Booking.com: er is een kamer vrijgekomen, pal in het centrum van Caldas! We boeken deze zonder aarzelen.

Maar net als we met de deurklink in de hand klaarstaan om te vertrekken, komt het bericht: technische fout, de kamer is niet vrij. Wat een domper. Teleurgesteld gooien we onze rugzakken weer neer en besluiten dan maar de avond in Caldas de Reis zelf door te brengen. Terug door de regen, maar hier de hele avond vastzitten is echt geen optie.

Het betekent wel een flinke wandeling door de stromende regen, zo’n zes kilometer heen en terug, maar dat hebben we er met plezier voor over. Weg uit dat muffe hok en even later strijken we neer in een knusse tapasbar en trakteren onszelf op een Aperol Spritz en een fris biertje.

Semana Santa zorgt natuurlijk voor extra drukte. Zeker op de laatste 100 km, waar pelgrims plots in drommen opduiken – sommigen fris en net gestart, anderen al tien dagen op pad. De kunst is dan: loslaten, plannen waar het moet, en vooral blijven lachen. 

Het gebrek aan opties dwingt je ook tot creativiteit (en flexibiliteit). Vroeg boeken, af en toe een stukje verder wandelen dan gepland, of net wat eerder stoppen – het hoort bij het avontuur. Zeker in drukke periodes zoals deze.

Eén ding is zeker: je leert de waarde van een bed, een warme douche en een dak boven je hoofd opnieuw écht appreciëren. Voor morgen hebben we alvast een heel leuke accommodatie kunnen boeken. 

About the author

Tips, vragen of leuke inzichten? Deel gerust, ik lees ze graag!