Etappe 8: Van Vigo naar Arcade: 27,5 km – 505 HM+
De dag begint op de vijfde verdieping van het ExE-hotel, waar we mogen ontbijten met een panoramisch uitzicht over Vigo. De ruimte is klein en gezellig – het soort plek waar je je koffie bijna met een knikje deelt met de andere gasten. We moesten ons ontbijtmoment op voorhand reserveren, omdat de ontbijtruimte zo klein is: shift per shift de dag in.



Na de koffie en tostada pakken we onze spullen weer bijeen, hijsen de rugzak op onze schouders en trekken via de stad opnieuw de camino op. We maken nog een korte omweg langs de kathedraal – een serene plek, gevuld met mensen die in stilte bidden. Het is Semana Santa, en het valt me op hoeveel gelovigen er hier in Spanje nog zijn. Een groot contrast met België…
INHOUD
Tussen twijfel en traditie: het stempel van de pelgrim
En daar sta ik dan, op zoek naar een stempel voor mijn pelgrimspaspoort. Het voelt vreemd. Bijna ongepast. Alsof ik als indringer tussen de gelovigen verdwijn in een wereld die niet meer de mijne is. Net wanneer ik wil opgeven, verschijnt er uit het niets een priester in de deuropening van de sacristie. Met een peilende blik vraagt hij of we een stempel willen. Hij wenkt ons, en even later wandelen we – tot mijn lichte verbazing – over het altaar richting sacristie.

Ik maak geen kniebuiging voor het altaar. Het voelt onnatuurlijk om het niet te doen, maar tegelijk ook hypocriet om het wél te doen. Een kleine innerlijke strijd. Die oude reflex zit blijkbaar nog diep ingebakken. Ik ben katholiek opgevoed. De zondagsmis van 10u30 hoorde jarenlang bij ons weekendroutine, maar na mijn studie Verpleegkunde is het geloof op de achtergrond geraakt. Later gingen we alleen nog naar de middernachtmis met Kerstmis – totdat ook dat wegviel. De laatste keer dat ik nog een mis bijwoonde, was drie jaar geleden: de Pelgrimsmis in Santiago.
We laten onze naam, geboortejaar en land noteren in een groot boek. De stempel die we krijgen – uit handen van de priester zelf – voelt wel veel specialer dan eentje die we er anders zelf in plaatsen.


En dan zijn we op weg. Vigo uit raken blijkt niet vanzelfsprekend. De bewegwijzering is schaars en het voelt een beetje als een ‘zoek-de-pijl’-spel. Vigo is de grootste stad van Galicië en dat merk je: druk verkeer, veel mensen en heel wat straten die je kunnen doen twijfelen. Gelukkig voelen we ongeveer aan welke richting we uit moeten en uiteindelijk duiken ze weer op: de vertrouwde gele pijlen. Oef!


Zodra we de stad achter ons laten, verandert het landschap haast onmiddellijk. De eerste steile heuvels rijzen voor ons op, alsof ze ons willen testen nog voor de dag goed en wel begonnen is. Maar verrassend genoeg voel ik me er klaar voor. Waar ik vroeger na de eerste helling al naar adem zou happen, stap ik nu met een vaste tred omhoog. De corestability-training van de afgelopen maanden werpt echt haar vruchten af.


De maritieme ziel van Vigo
Vigo is de grootste stad van Galicië en bruist dankzij haar indrukwekkende haven en rijke zeevaarttraditie. Overal in de stad zie je verse zeevruchten op het menu, waaronder het beroemde pulpo a la gallega — gekookte octopus met olijfolie, paprika en zeezout. Hoewel het niet helemaal mijn favoriet was, is het voor velen een echte Galicische klassieker die je zeker geprobeerd moet hebben.
Vanaf de heuvels rondom Vigo hadden wij een prachtig uitzicht op de bateas — houten structuren op zee waar mosselen worden gekweekt. Die regelmatige patronen op het water maakten ons nog bewuster van het diepe verband tussen deze streek en de zee.

Het pelgrimspad komt tot leven
Intussen verandert ook de dynamiek op het pad. Waar het de voorbije dagen vaak stil en leeg aanvoelde, komen er nu steeds meer mensen in beeld. Pelgrims vullen stilaan het landschap – sommigen alleen, anderen met z’n tweeën en dan zijn er de kleine groepjes die elkaar onderweg lijken te hebben gevonden of samen vertrokken zijn. Er wordt gegroet, gelachen, gezwegen. Iedereen is onderweg met zijn eigen verhaal, zijn eigen tempo. In de laatste 100 kilometer zie je het aantal pelgrims duidelijk groeien.


Terwijl we verder lopen tussen al die andere pelgrims, worden we beloond met mooie uitzichten. Het pad voert ons hoog boven de zee en langs rustige dorpjes, over zandwegen en door groene velden. De zon breekt voorzichtig door het wolkendek en even lijkt de dag ons alleen maar schoonheid te beloven. Maar de natuur houdt zich niet altijd aan verwachtingen: plots rolt er een donkere wolk over de heuvels en donderslagen dreunen in de verte.



Tussen buien en warmte: van doorweekte kleren tot late tapas
Net voor de afdaling naar Redondela breekt de hemel open. Schuilen onder een afdak helpt niet veel meer – we zijn doorweekt. Koud en klam lopen we verder. De eerste taverne is onze redding: tapas, koffie, warmte… of dat hopen we toch. Want zelfs met extra lagen kleren blijf ik rillen. Bart ook. Zelfs de heuvels kunnen ons niet meer op temperatuur krijgen.


Maar dan, alsof de weergoden medelijden krijgen, breekt de zon weer door en worden de regenbroek en jas terug opgeborgen.

Wanneer we later in Arcade aankomen, en onderweg opnieuw een flinke bui te verduren krijgen, stoppen we eerst bij het dorpswinkeltje om onze voorraad aan te vullen. Aquarius, flessen water, wat mandarijnen en – ach, waarom ook niet – een reep Milka-chocolade. Soms mag je jezelf gewoon iets gunnen. Daarna lopen we door naar het hotel, waar we onze Belgische dames weer tegen het lijf lopen.
Eenmaal op de kamer geniet ik van een warme douche. Heerlijk, al duurt het even voor ik weer helemaal op temperatuur ben. Alsof het nog niet genoeg is geweest vandaag, moeten we onze doorweekte kleren nog gaan wassen in een wasserette, zo’n 750 meter verderop. Echt zin heb ik niet, maar als we het niet doen, krijgen we ze tegen morgenvroeg nooit droog. Dus trekken we er toch nog eens op uit: anderhalve kilometer extra op de teller.
Daardoor zijn we pas laat terug en schuiven we pas rond tien uur aan voor het avondeten. Maar ach, we zijn in Spanje! Hier kun je op dat uur gelukkig nog gewoon ergens terecht. In België was de keuken al gesloten. Laat dus, maar met een lege maag gaan slapen? Geen denken aan. Eerst eten, dan pas echt rust.
