Etappe 4: Van Viana do Castelo naar Caminha: 30 km – 388 HM+
De dag begint in een gezellige bakkerij, op slechts een minuut lopen van onze albergue. Een stevig ontbijt en een snelle stop bij de kathedraal voor een nieuwe stempel op onze pelgrimspas. Maar zodra we buitenkomen, voelen we het al: de eerste regendruppels. Goodbye Summerdays, Hello rainy days!
Met regenjassen aan en hoezen over de rugzakken trotseren we samen met andere pelgrims de eerste bui. De route begint direct met een klim en al snel voel ik de warmte onder mijn jas opstijgen. Stiekem ben ik blij dat ik mijn rokje heb aangehouden in plaats van een lange broek. De vele poncho’s die ik om me heen zie, lijken me toch een betere keuze wat ventilatie betreft. Misschien iets om over na te denken voor de volgende regendagen — en die zouden er nog genoeg aankomen, als we buienradar mogen geloven!
INHOUD
Een vleugje Camino-magie
Tegen half elf trekt de hemel langzaam open. De regenjassen en poncho’s verdwijnen één voor één, en de benauwde warmte valt eindelijk van me af. Een aangename frisheid keert terug in de lucht en de lastige, plakkerige vochtigheid maakt plaats voor verademing. Terwijl we verder stappen, ontvouwt het landschap zich in al zijn eenvoud en schoonheid: kronkelende paden door eucalyptusbossen, stille dorpjes met geplaveide straatjes en heuvels die uitkijken over een weids landschap. Niet alle wegen zijn vriendelijk voor de voeten—de ongelijke kasseien vragen aandacht en voorzichtigheid. Mijn enkels voelen elke stap. Maar net die ruwe kantjes geven vandaag hun karakter. De begroetingen “Bom Caminho” en “Bom dia” klinken steeds vaker. Er zijn precies ook meer mensen onderweg—meer stappen, meer verhalen, allemaal onderweg naar iets of iemand.
Meer dan een tussenstop: waar een pauze tot leven komt.
Halverwege de namiddag komen we aan op een gezellige plek midden in het groen. Paarse bloemen hangen in volle bloei tegen een oude stenen muur en een kabbelend riviertje stroomt er rustig langs. Aan houten tafels zitten pelgrims te eten, anderen staan nog met de fiets in de hand. Sommigen drinken of eten iets, maken een praatje en gaan dan weer op pad. Het is er levendig en gemoedelijk—een ideale plek om even op adem te komen.
De eigenaresse komt onze bestelling opnemen. Ze geeuwt terwijl ze vriendelijk lacht en zegt dat ze nog niets heeft kunnen eten of zelfs maar een korte pauze nemen. Niet dat ze echt moe is, maar het is gewoon ontzettend druk vandaag.
We bestellen een kom warme paddenstoelensoep met een gepocheerd ei. Mijn brood wordt vergeten, maar dat neem ik er gerust bij. De sfeer maakt alles goed.
Even later horen we twee vrouwen Vlaams praten. We spreken hen aan en komen zo in gesprek. Ze vertellen dat ze enkel het kustgedeelte wandelen en daarna terug naar België gaan. Kort daarna zien we ook de Nederlandse dame uit Fão aankomen, juist op het moment dat wij onze rugzakken weer aandoen en klaarstaan om verder te stappen. En zoals al vaker gebeurt, duiken ook de Duitse dames opnieuw op—de voorbije dagen liepen ze soms voor ons uit, dan weer achter ons. Iedereen wandelt op zijn eigen ritme, maar ik vind het best indrukwekkend hoeveel afstand er toch telkens wordt afgelegd.
Misschien ben ik daar extra door verrast omdat wij op voorhand dachten kleinere etappes te doen. Toch zitten we na drie dagen al boven de 90 kilometer. Dat hadden we niet verwacht. Het heeft waarschijnlijk ook te maken met de beperkte overnachtingsmogelijkheden onderweg en/of de weersverandering die eraan komt. Maar het blijft opvallend hoe snel de kilometers zich opstapelen, bijna zonder dat je het doorhebt.
De lange, natte kilometers naar Caminha
Na onze lunch trekken we verder, met een korte noodzakelijke pitstop in Vila Praia de Âncora bij het lokale zwembad. Bart speurt alvast de apps af voor een slaapplek en vindt een hotel in Caminha: Wine and Design. De kamers zijn elk uniek ingericht met thema’s variërend van videokunst tot street art. Nog maar 10 km… althans, dat denken we.
Wanneer we terug buiten komen, begint het opnieuw te regenen. En het stopt niet meer. Die 10 km worden er uiteindelijk 12 en het voelt alsof alle andere pelgrims ons onderweg zijn voorbijgestoken, want we zien niemand meer. We stappen langs de oceaan, over rotsige paden, en de regen maakt dat we geen moment willen pauzeren. Ik tel de kilometers af, nat tot op het bot en het enige waar ik nog aan kan denken is een warme douche. Bart heeft nog energie over en houdt ons op koers richting het hotel, terwijl ik hem in stilte volg.
Aangekomen in Wine and Design worden we warm onthaald. Onze natte spullen mogen even terzijde en we mogen neerploffen in een zetel terwijl de administratie wordt geregeld. Zalig, want rechtop blijven staan lukt me amper. Mijn voeten branden en een nieuwe blaar siert mijn enkel. Ik ben blij dat we onderweg een apotheek hebben gevonden voor pleisters en compeed.
De kamer is op de tweede verdieping, maar gelukkig is er een lift. Ik stort neer op de bank en blijf daar een paar minuten zitten, totaal uitgeput. Bart neemt als eerste een douche, terwijl ik gewoon even niets doe. Daarna is het mijn beurt en ik geniet van de warmte op mijn verkleumde lijf.
Een beetje luxe na een loodzware dag
Vanavond blijven we lekker in het hotel eten. Ik zie het echt niet zitten om nog een stap buiten te zetten in de regen. Een salade als voorgerecht, daarna zalm met groenten en aardappeltjes voor mij en een steak voor Bart. Het voelt luxe aan na zo’n lange, natte dag, maar als er één moment is waarop we dat verdienen, dan is het nu wel.
Dit was onze laatste dag in Portugal. Morgen nemen we de ferry naar Spanje en zetten we onze tocht verder in Galicië op de Camino Portugués, the litoral route. Het wordt een rustigere dag, met minder kilometers en een latere start. Daar kijk ik nu al naar uit.

